Oppervlaktenormen

Groen moet voldoen aan bepaalde normen qua oppervlakte en afstand. We spreken dan over oppervlaktenormen en afstandsnormen. In Vlaanderen werden groennormen opgesteld om een planning op lange termijn op te stellen. De bedoelde richtnormen bestaan uit twee aspecten. Vooreerst een globale streefnorm, uitgedrukt als een ideaal aantal m2 per inwoner. En daarnaast normen die preciseren op welke maximum afstand het groen zich voor elke inwoner mag bevinden, in functie van het soort groen (buurtparkje versus groot stadspark). Het zijn geen wettelijke of bindende normen, enkel richtcijfers.

In Tabel 1 staan de globale streefnormen, uitgedrukt als een ideaal aantal m2 per inwoner. Deze verschillen van gemeente tot gemeente, naargelang de indeling van de gemeente volgens de categorieën van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

Grootstedelijk gebied 30 m²/inwoner
Regionaal stedelijk gebied 25 m²/inwoner
Structuurondersteunend kleinstedelijk gebied 20 m²/inwoner
Kleinstedelijk gebied op provinciaal niveau 15 m²/inwoner
Buitengebied 10 m²/inwoner

Tabel 1: Normen opp. groen in relatie tot bevolkingsdichtheid (Langetermijnplanning Groenvoorziening)

Deze normen gaan ervan uit dat het te bereiken groenareaal per gemeente variabel is in functie van de lokale behoeften en mogelijkheden. Zo zal in het buitengebied waar al veel open ruimte aanwezig is minder nood zijn aan groen dan in dichtbevolkte steden waar bebouwing domineert.

Nogmaals, het gaat hier om ‘streefnormen’. Er bestaat geen reglementering die een gemeentebestuur oplegt om de norm te halen, verbonden aan de verstedelijkingsgraad. De lokale situatie is ook steeds anders waarbij er mogelijks relevante redenen zijn die verantwoorden dat matig of sterk wordt afgeweken van de streefnorm. De norm moet eerder bekeken worden als een richtsnoer, een hulpmiddel om aan beleid te doen. Het is een norm waar men, rekening houdende met de lokale omstandigheden, kan naartoe groeien.


copyright :: Natuurinvest • 2017 | disclaimer | webmaster